Translate

vrijdag 9 februari 2018

"To Pee, Or Not To Pee"

Na vijf maanden eindelijk weer een blog update. De afgelopen maanden waren vrij rustig in Juba. Er werd niet al te veel gevlogen en na twee en een half jaar brandjes blussen hebben we de missie hier nu aardig onder controle. Goed natuurlijk, maar wel wat saai. Dus toen ik hoorde dat we de heli's op korte termijn gingen vervangen voor een ander type kwam dat toch wel als een welkome verandering. Ik zag weer een hoop problemen op ons afkomen. Weer genoeg uitdaging dus. Lekker. De aftrap van al die nieuwe uitdagingen kwam in de vorm van een onverwacht snoepreisje!

Maar eerst even een aantal weken terug. Ik heb net een paar relaxte weken thuis gehad zonder veel omhanden. Hoogtepunten: een weekendje Texel, een mooie wandeldag met goede vrienden en een hele gezellige kroegavond met een hoop vroegere collega's. Helaas ook een dieptepunt: Ageeth en ik hebben een goede vriendin verloren aan een slopende ziekte. Maar het leven gaat gewoon verder en dus heb ik eind januari op maandagmorgen mijn koffer alweer ingepakt om dinsdags op pad te gaan naar Juba. Hoe vaak ik het ook doe, een koffer inpakken wordt voor mij nooit routine. In de regel doe ik er altijd wel een uur of twee over wegens totaal gebrek aan structuur tijdens het inpakken. Maar goed; twee uur later staat er dus een koffer, gepakt met veel voedsel en enkel zomerse kleding.
"Juba, here I come!"

Ongeveer een uur nadat ik klaar ben met pakken lees ik in een mailtje van mijn bedrijf dat er aanstaande zondag een helikopter vertrekt vanuit Duitsland naar Juba om de operatie daar te gaan versterken. Enigszins verbaasd ontwaar ik halverwege het mailtje mijn naam onder het kopje "bemanning". Die had ik even niet zien aankomen! Een snelle berekening leert dat als ik zondags in Augsburg geacht word in te stappen dat ik dan hooguit twee dagen in Juba kan verblijven voordat ik alweer richting Augsburg moet vertrekken! Dat kan nooit de bedoeling zijn. De rest van de maandagmorgen gaat verloren aan hectische telefoontjes tussen Juba, Augsburg en Wieringerwerf, met als eindconclusie dat ik niet eerst naar Juba vlieg maar rechtstreeks afreis naar het koude Augsburg om daar de lange ferry vlucht voor te gaan bereiden. Als ik uiteindelijk voor de laatste keer de telefoon ophang valt mijn blik op mijn koffer, gepakt met zomerkleding en voedsel voor Juba... Met een zucht sleep ik mijn koffer weer de trap op richting de kast met winterkleding.

De dagen daarna in Augsburg staan helemaal in het teken van de komende reis. Gezien de beperkte snelheid en actieradius van een helikopter wordt de reis naar Juba in Zuid Soedan in vijf dagen van elk twee vluchten afgelegd. Totaal meer dan 25 uur vliegen! Het plannen van de gehele vlucht, van het uitstippelen van de route tot het boeken van hotels onderweg wordt door de afdeling operaties geregeld. Ik hou me bezig met het verzamelen van de noodzakelijk zaken voor onderweg: onderdelen voor als de heli kapot gaat, gereedschap om dat kapotte onderdeel te verwisselen en een trap om er bij te kunnen komen. Daarnaast: een opblaasboot voor als we in de middellandse zee stranden en veel flessen drinkwater voor als we soms midden in de Egyptische of Soedanese woestijn terecht komen. En tevens een kist met voedsel voor onderweg, geregeld door de vliegers... Als ik de kist open zie ik waar ik al bang voor ben: Bifi worstjes, Bifi worstjes, en nog eens Bifi worstjes. Het wordt met recht een snoepreisje...

Op vrijdagmorgen staat alles wat mee moet klaar naast de heli. De berg spullen is ondertussen aanzienlijk gegroeid. Regelmatig komen er mensen langs die, met de opmerking "Dit moet ook mee", weer nieuwe spullen op de hoop dumpen. Op het moment dat ik alles in de heli wil zetten komt er een vlieger met de opmerking: "Ik heb het eens uitgerekend maar we kunnen totaal maar 150 kg aan spullen mee nemen". We kijken nog maar eens naar de stapel "rotzooi" en vervolgens naar elkaar en we weten ongezegd dat we eerst maar eens moeten gaan wegen...
Als we klaar zijn met wegen staat de teller op 385 kg! Zo komen we dus niet eens van de grond. We moeten afslanken! Het eerste wat ik dump is de helft van de Bifi worstjes. De helft van het water gaat er ook uit; we zijn behoorlijk optimistisch over onze overlevingskansen, mochten we midden in de woestijn een noodlanding moeten maken. Alle niet echt noodzakelijke zaken worden meedogenloos gedumpt. Uiteindelijk kunnen we afslanken tot 180 kg. En met het schrappen van nog eens 30 kg brandstof bezegelen we de zaak met een high five.
De laatste zaken worden ingepakt.
Zondagmorgen 8:00 uur op vliegveld Augsburg. Na het tanken zijn we er klaar voor!
 

Zondagmorgen vertrekken we vanuit een druilerig Augsburg voor het eerste deel van de trip door de Alpen richting Zadar in Kroatië, alwaar we een tussenstop zullen maken om te tanken. Als ik me na de start realiseer dat we bijna drie uur in een ijskoude helikopter zonder toilet moeten vertoeven, twijfel ik eraan of ik wel net voor vertrek die sloot koffie had moeten drinken...
De tocht was absoluut schitterend maar het laatste half uur heb ik er echt geen oog meer voor gehad. Ik kon alleen maar aan een variatie op Shakespeares beroemdste versregel denken: "to pee, or not to pee". Lang verhaal kort; ik heb de plee gehaald in Zadar, maar vraag niet hoe! Die fout maak ik niet nog eens...

Mooie tocht door de Alpen.

Een eigen helikopter met twee chauffeurs voorin; wat wil een mens nog meer!

Een selfie boven Slovenië. Aan mijn gezicht te zien was de koffie toen nog niet uitgezakt!

De mooie kustlijn van Kroatië.

Tank/toilet stop Zadar.

Van Zadar vliegen we door naar Dubrovnik alwaar we tegen zonsondergang landen en op zoek gaan naar ons hotel.

Maandag zijn we om negen uur weer onderweg, ditmaal zonder koffie. Na een tankstop in Kalamata, Griekenland, steken we de plas over naar Heraklion op Kreta waar we rond vier uur landen. Even is er lichte paniek als er tijdens het nakijken van de helikopter een rubberen afdichtring sneuvelt. Zonder kunnen we niet vertrekken en natuurlijk heb ik een heleboel afdicht-ringetjes bij me maar deze dus net niet! Maar na een belronde langs de lokale onderhoudsbedrijfjes op het vliegveld wordt het gewraakte ringetje onverwacht snel gevonden en hebben we de heli tegen zonsondergang alweer vlieg gereed. Best wel jammer want we hadden ons er al "bij neergelegd" dat we een dag konden gaan stappen op Kreta, wachtend op het ringetje!

Dinsdag volgt een lange vlucht over de Middellandse Zee naar El Alamein in Egypte, alwaar we een tankstop hebben in een totaal verlaten decor.

Midden in de woestijn bij El Alamein

"Het stoplicht springt op rood, het stoplicht springt op groen; in El Alamein is altijd wat te doen!"
(Vrij naar Herman Finkers)
 
 's Middags verlaten we El Alamein en vliegen door naar Luxor voor weer een overnachting. Egypte is dus, uur na uur, vliegen boven een eindeloze zandvlakte. En hoewel indrukwekkend door zijn omvang gaat dat toch vervelen op den duur. Zeker daar mijn enige taak tijdens de tocht de catering betreft: op gezette tijden gooi ik een handvol Bifi worstjes de cockpit in en dat is het wel zo'n beetje. Boven Egypte draait mijn e-reader overuren!

LUNCH!!



De Nijl loopt als een groen lint door de eindeloze zandvlakte.

Zonsondergang aan de Nijl in Luxor; heerlijk relaxte sfeer.

Woensdag vliegen we van Luxor, via Dongola in het noorden van Soedan door naar Khartoum. Nog steeds alleen maar over eindeloze zandvlaktes zonder tekenen van bewoning. Vanaf Luxor volgen we de Nijl, die zich met zijn brede begroeide oevers als een groen lint door de dorre woestijn slingert. De gigantische stuw meren na de Aswan Dam zijn ook heel apart om te zien midden in de woestijn, alsof ze er niet thuis horen... Helaas zaten we te hoog om er een mooie foto van te maken. Toen we lager kwamen heb ik wel mooie foto's kunnen maken van de fractal-achtige structuren in de woestijn. waarvan akte.


  


Dongola in Soedan, is net als El Alamein, een leeg vliegveldje midden in een nog legere woestijn.

En overal onderweg maken we nieuwe vrienden!
Donderdag is de laatste dag van de ferry vlucht. De woestijn verandert langzaam maar zeker in een steppe met dor gras en kleine struiken. Tegen de tijd dat we de grens met Zuid Soedan kruisen, vliegen we boven herkenbaar landschap. Vanaf Khartoum  gaat het door naar Malakal alwaar we de laatste tankstop hebben. Als we in de namiddag in Juba landen worden we al opgewacht door de daar aanwezige crew.
Indraaien voor de landing in Malakal, aan de Nijl. De baan is net zichtbaar door het bovenste raam.

In Juba geland wordt alles gelijk uitgepakt.

Al met al is het een enerverende reis geweest van totaal 26,5 uur vliegen, verdeelt over vijf dagen. De week na de reis hebben we het erg druk met het trainen van de crew op dit type helikopter, daarnaast bleken er toch nog een aantal systemen niet naar behoren te werken, dus tussen de trainingen door wordt er ook druk gesleuteld. De dagen beginnen om zes uur en eindigen rond 22 uur. Afgelopen nacht ben ik via Nairobi met de KLM weer terug naar huis gevlogen (en dat ging een stuk sneller dan heen) en de komende twee weken kan ik thuis de batterij opladen en dan start eind februari weer de volgende ronde. Lekker!


maandag 11 september 2017

Hier doe je het nou voor

Vijf maanden zijn er alweer verstreken sinds mijn laatste blog update. Na twee jaar werken in Zuid Soedan merk ik dat ik steeds minder te melden heb. Maar elke keer als de sleur dreigt toe te slaan, gebeurt er wel weer iets dat alles weer even op zijn kop zet. Het rustige droge seizoen is al lang weer voorbij en heeft plaatsgemaakt voor een hectisch nat seizoen. Waar ik vorig jaar weinig verschil merkte tussen de seizoenen, is er dit jaar wel degelijk sprake van een regentijd. Met enige regelmaat worden we getrakteerd op een wolkbreuk, die niet zelden leidt tot overstromingen in de stad, het hotel en de airport.

Een paar kaplaarzen maatje "One Size Fits All", zijn geen overbodige luxe momenteel.
Met het vliegveld weer eens overstroomd, vliegen alleen de Russen nog met hun machtige Mil Mi26.
Toen mijn voorlaatste tour zo op zijn eind liep in Juba, had ik net een paar zeer rustige weken achter de rug. Het droge seizoen liep gelukkig ook op zijn eind. Ik schrijf "gelukkig" want ik begon me ondertussen een beetje te vervelen. Op mijn laatste zaterdag hier besloot ik om al het nog resterende werk er in één keer doorheen te jassen, zodat ik de zondag vrij kon houden.
Zaterdagavond om 8 uur krijgen we een belletje: zondag moeten we voor drie dagen naar het noorden vertrekken om Medevac missies te vliegen. De oplaaiende strijd had nogal wat gewonden opgeleverd, waaronder een aantal kinderen... Na het belletje begint de hectiek; rugzak pakken, lijstje maken met spullen die ik mee wil nemen om onderweg het nodige onderhoud te kunnen doen en mijn terugvlucht naar huis moet verzet worden, daar ik niet op tijd in Juba terug zal zijn.
Zondag vroeg op en al om acht uur zijn we klaar voor vertrek. En dat wordt dus precies het moment dat de heli serieus stuk gaat: een oliedruksensor wil niet doen wat ie behoort te doen, namelijk de oliedruk meten. Dus terwijl de piloten, verpleegster en tolk geduldig staan te wachten, probeer ik om de weerbarstige sensor tot inkeer te brengen, echter zonder succes. Als dan ook nog blijkt dat ik geen nieuwe sensor in mijn magazijn heb, moet ik concluderen dat ik de strijd niet ga winnen. Verslagen breng ik de hulporganisatie waarvoor we vliegen op de hoogte van de problemen en stuur iedereen terug naar het hotel.
Nadat ik Duitsland gebeld heb om de noodzakelijke onderdelen te bestellen, zit er voor mij niets anders op om ook maar terug naar het hotel te gaan. Dit is uiterst onbevredigend als je je realiseert dat er nu ergens op de uitgestrekte savanne zwaargewonde kinderen tevergeefs op hulp liggen te wachten. Omdat ik toch geen rust in mijn gat heb, besluit ik om, tegen beter weten in, toch nog een keer in het probleem te duiken. Gewapend met een multimeter ga ik alle bedrading voor de zekerheid maar doormeten. Je weet het ten slotte nooit; misschien is er wel een draadje gebroken. Helaas, een uur later heb ik nog steeds niets gevonden. Zelfs de ergerlijke sensor meet goed door...
Argwaan krijgend besluit ik om alles maar weer eens aan te sluiten en jawel, zodra ik nu spanning op de heli zet... blijkt de sensor ineens weer gewoon te werken "as advertised"! Om gek van te worden. Direct gebeld met de hulporganisatie en met bloedspoed wordt iedereen weer opgetrommeld en rond 11 uur stijgen we alsnog op naar Buong, zo'n twee uur vliegen naar het noorden.

Onderweg tijdens een tankstop in Old Fangak.
Buong bestaat uit niet meer dan een kruising van twee onverharde wegen met een handvol rieten hutjes. We landen op een open stuk op de savanne waar een honderdtal mensen staat te wachten op ons.
Omdat we vandaag maar één vlucht kunnen uitvoeren, wordt besloten om alle kritische gewonden in één keer mee te nemen. Tussen de twee rijen stoelen die we in de cabine hebben staan, worden letterlijk twee brancards geperst. Op de ene ligt een jonge man met een longschot en op de andere liggen twee jongetjes van een jaar of acht, beiden met een buikschot. Tezamen met een moeder met gewonde baby en helper zit de heli tjok en tjok vol. Met mij erbij hebben we negen passagiers in de cabine, waarvan dus drie op brancards. Naast deze negen gewenste passagiers hebben we ook nog een paar honderd ongewenste passagiers. Ik heb nog nooit zoveel vliegen gezien, verschrikkelijk. Er is geen beginnen aan om ze uit je ogen, oren, neus en mondhoeken te houden. En je wilt er absoluut niet aan denken waar die vliegen zaten, voordat ze besloten om in je mondhoeken neer te strijken...
De "ruis" op deze foto zijn dus vliegen...




Nadat de heli is opgestart, stap ik voorzichtig in, ga in spagaat over de twee brancards staan en sluit de schuifdeur. Nadat we zijn opgestegen kom ik er achter dat ik mijn hippe leesbril met geel montuur ben verloren tijdens de hectiek op de grond. Balen, want hij stond juist zo goed op mijn bruine knar...
Tijdens de half uur durende vlucht naar het hospitaaltje in Maiwut zijn we vooral druk met de vliegen van de gewonden en onszelf af te houden. Daarnaast openbaart zich een nieuw probleem: in de krappe cabine blijkt de geur van ongewassen mensen in combinatie met de geur van onverzorgde open wonden een zodanig overweldigend cocktail voort te brengen dat zelfs de geharde verpleegster lichtelijk onwel wordt. De piloot moet echt het schuifraampje in zijn deur open zetten en zijn hand gebruiken om lucht naar binnen te geleiden om het een beetje dragelijk te houden achterin de cabine...

Na de landing worden de gewonden snel en efficiënt in Landcruisers afgevoerd en gaan wij op zoek naar een bedje voor de nacht.
Nadat we ons gesetteld hebben vraagt Celine, de Operations Manager van de basis ons of we soms zin hebben om het hospitaaltje te bezoeken. Een aanbod dat we natuurlijk niet afslaan.
Een kwartier later lopen we door het hospitaaltje. Echt, het is niet meer dan een veredelde stal ruimte. Met houten wandjes is in de stal een operatiekamer getimmerd waaromheen niet meer dan een brede gang overblijft met aan weerszijden bedden langs de muur, allemaal bezet door gewonden. In de OK hebben we een praatje met de chirurg. Eén van de jongetjes met een buikwond ligt nog op de operatietafel. De arts vertelt ons dat hij een goede hoop heeft, dat ze het allemaal gaan redden, maar ze hadden geen dag later moeten komen...
En dat is het moment dat ik even volschiet, want ik realiseer me plotseling hoe leven en dood hier soms bepaald wordt door hele kleine onbeduidende zaken. Een sensor in Juba waar een miniscuul gebroken draadje soms wel en soms geen contact maakt, bepaalt dus of iemand 400 km verderop sterft of niet. Wat als ik niet had besloten om nog maar een keer naar de sensor te kijken. Zelfde verhaal...
Natuurlijk moet je daar maar niet te lang bij stilstaan want anders hou je dit werk niet vol. Aan de andere kant; ik heb nog nooit zoveel voldoening uit mijn werk gehaald als op deze dag! Hier doe je het nou voor, ja toch?

Ondertussen, drie maanden later, is het oorlogsfront een paar keer heen en weer over Maiwut heen gewalst. Alle Rode Kruis medewerkers zijn geëvacueerd en de compound waar ik sliep en ook het hospitaaltje zijn volledig geplunderd... Je wordt er weleens een beetje moedeloos van...

En wat Buong betreft; ik vermoed dat daar nu een oud mannetje rondschuifelt met een grote grijns en een hele hippe gele bril op zijn snufferd, van de opticien uit Wieringerwerf. Ik hoop dat hij er nog heel lang plezier van mag hebben!

zaterdag 1 april 2017

Hotel Perikelen


Zodra ik uit het vliegtuig op het platform stap in Juba wordt me duidelijk dat het droge en hete seizoen nog niet voorbij is. De 40+ temperatuur raakt me als een moker en terwijl ik over het platform richting de tent loop die door moet gaan voor de aankomsthal, begint het zweet me al van het voorhoofd te stromen. De aankomsthal is een verhaal apart.

Eerst de douane. Deze bestaat uit twee kleine doorgeefluiken. Aangezien "in de rij staan" een onbekend concept is in Juba, betekent je paspoort laten stempelen dat je alleen maar met ruim gebruik van ellebogen nog een kans hebt om niet als laatste bij het loket te eindigen. Bij het piepkleine loket aangekomen ben je er nog niet, want van alle kanten worden er armen met paspoorten door het doorgeefluik gestoken terwijl er luidkeels om aandacht wordt gevraagd door de respectievelijke eigenaren van die armen. De communicatie met de douanebeambte verloopt dan ook vaak met de nodige hindernissen. En ondertussen hoop je maar dat in al het gedrang je achterbuurman ondertussen niet je rugzak aan het leeg lepelen is. Welkom in Zuid-Soedan!
 
En dan deel twee van de aankomst, het bemachtigen van je koffer.
Ik draai me om naar het achterste deel van de tent waar een kolkende massa van mensen zichtbaar is, bestaande uit hevig zwetende passagiers, politiemensen, douanebeambten, bagage afhandelaars en customs officieren. En het lijkt er op dat iedereen ook zijn complete familie heeft meegenomen. Ongelofelijk, wat een chaos. Iedereen trekt en duwt aan elkaar en probeert zich zo, overigens zonder zichtbaar resultaat, te verplaatsen. Aangezien ik in het verleden door schade en schande wijs ben geworden ga ik niet eens proberen om mijn koffer zelf te bemachtigen. Ik geef mijn bagagereçuutje direct aan één van de lokale helpers die opdringerig hun diensten aanbieden. Deze duikt de menigte in, op zoek naar mijn koffer, terwijl ik wijselijk aan de rand van de vechtende kluwen achterblijf. Ik schat de temperatuur in de tent ondertussen op 45 graden. Na een vijftien minuten wordt mijn helpertje met koffer en al weer uitgespuugd door de deinende massa (toch altijd weer een verrassing) en duiken we samen een eindje verder de menigte weer in en vechten ons een weg naar de customsbalie. 
Hier moet ik mijn koffer zien te openen op een balie van twee meter breed terwijl nog zo'n 30 man tegelijkertijd precies hetzelfde idee hebben.Terwijl de customs officier door mijn koffer heen graait probeer ik mijn plekje bij de balie te behouden, wat niet meevalt met een duwende koffer in je knieholten en een paar ellebogen in je ribben. Zodra ik mijn koffer weer dicht geworsteld heb pakt mijn mannetje de koffer boven zijn hoofd en vechten we ons, al struikelend over bagage en mensen, de menigte weer uit.
100 pond is inmiddels al minder waard dan 1 euro.
Ik geef de man 50 pond voor zijn hulp waarna hij nederig om 50 meer vraagt. Met een inflatie van meer dan 800 procent per jaar wil je de geldontwaarding nog wel eens onderschatten na een aantal weken afwezigheid dus geef ik hem nog eens 50 pond. Met een bedankje duikt hij weer de tent in, op zoek naar zijn volgende klant.

Als ik twintig minuten later door de poort van het hotel loop krijg ik toch een beetje het gevoel dat ik thuiskom, zeg maar thuis van huis. Na anderhalf jaar in hetzelfde hotel begin je toch een beetje bij het meubilair te horen en de begroeting van het personeel is altijd warm en welgemeend. Marge, één van de vaste serveersters heeft weer eens een nieuw kapsel, erg belangrijk hier. Dit keer heeft ze haar lange haar alle kanten op staan, erg indrukwekkend en direct tot "coupe 10.000 volt" gedoopt door mijn collega's. Asmerath is ook aanwezig, een kleine en broodmagere serveerster uit Eritrea. We schatten haar op 40 kilo schoon aan de haak, maar altijd vrolijk. Kelner Josef begroet me met een vragende blik en vraagt zachtjes "change money?"
Josef is een jonge kelner, eentje met een permanente tandpasta-reclame-grijns op zijn gezicht. Die grijns zit daar hoofdzakelijk om dat hij lekker bij klust op de zwarte markt. Officieel moeten we geld wisselen bij de receptie, maar op de zwarte markt is de koers toch beduidend beter.

Tot een half jaar geleden wisselden we vooral bij "Big Mama", die aan de overkant van de straat een klein winkeltje in een oude zeecontainer runt. "Big Mama" is een forse vrouw (ik druk me voorzichtig uit hier) van Afrikaans/Arabische afkomst. Altijd gekleed in wat er uitziet als 10 meter tentdoek dat in een ingewikkeld patroon om haar omvangrijke lichaam en hoofd is geplooid. Als een spin in een web zit ze in haar winkeltje, waar ze zelden uitkomt. Voor alle hand- en spandiensten die buiten haar winkeltje plaatsvinden heeft ze een legertje magere schoffies paraat staan. Wanneer je hier binnen komt om wat geld te wisselen voelt dat altijd aan alsof je het hol van de leeuw binnen stapt. Zodra de laatste klant het winkeltje uitloop schuif ik een briefje van 100 dollar over de toonbank. Argwanend bekijkt ze het biljet grondig, doet een kort telefoontje in het Arabisch en stuurt één van haar hulpjes er op uit om ergens een stapel geld op te halen. Of, als ze genoeg geld in huis heeft, verdwijnen haar handen diep in de plooien van haar jurk, waarna ze, als een bizarre versie van Hans Klok, een zak met geld tevoorschijn tovert. We hebben geen flauw idee hoe ze die truc uithaalt en waar ze nu precies dat geld bewaart. De consensus is dat we het eigenlijk ook niet willen weten.

Kortom; we doen liever zaken met Josef, de "Slimme Sjakie" van het hotel. 
Daar het hotel natuurlijk niet mag weten van Josefs handeltje moet het een en ander wel een beetje onder de radar gebeuren. Door de idiote inflatie loont het ten zeerste om alles in het hotel op rekening te zetten en dan na vier weken pas, op de dag van je vertrek, geld te wisselen om je rekening te vereffenen. Dit kan je wel 10 tot 15% op de totale rekening schelen. En hier komt er een logistiek probleempje voor Josef om de hoek kijken, want hoe smokkel je ongezien voor 300 dollar aan Zuid Soedanese ponden het hotel in. Momenteel staat 300 dollar gelijk aan ongeveer 38000 Pond. Tel dat bedrag even uit in briefjes van 50 en 100 pond en je ziet het probleem. Je loopt nu eenmaal niet even ongemerkt met 750 briefjes van 50 pond in je achterzak door het hotel. Dus toen Josef aan het eind van mijn voorlaatste tour op mijn hoteldeur klopte om 300 dollar te wisselen was ik wel benieuwd hoe hij dat probleem had getackeld. Toen ik de deur opende stond Josef daar, met de kop koffie die ik als afleidingsmanoeuvre had besteld en met die eeuwige witte tanden grijns op zijn gezicht. Maar ogenschijnlijk zonder het geld. Hij liep wel met een enigszins apart loopje mijn kamer in. Na de koffie te hebben neergezet tilt hij langzaam zijn broekspijpen op en haalt stapels met papiergeld uit zijn sokken die hij, met gevoel voor dramatiek, met sierlijke zwaaien van zijn armen voor me op tafel legt terwijl de bekende grijns zijn hoofd in tweeën dreigt te splijten. Omgekeerd laten geoefende handen mijn dollars weer onzichtbaar in de sokken verdwijnen. Prachtig!
heterdaadje

Soms heeft hij het zo druk met de gasten van geld te voorzien dat ik moet bijspringen en smokkelt hij het geld in etappes het hotel in om het tijdelijk op mijn kamer te parkeren, voor latere distributie. Brothers in crime.


Toen ik hier anderhalf jaar geleden voor het eerst arriveerde heb ik het eerste jaar in steeds verschillende kamers gezeten. Zodoende werd me duidelijk dat elke kamer wel zijn voor- en nadelen heeft: Kamer 227 was lekker koel maar er kwam amper daglicht binnen. Tevens keek ik vanuit mijn raam op nog geen meter afstand op een blinde muur. Een beetje te deprimerend. Kamer 229 was wat dat betreft beter gesitueerd maar gaf weer weinig privacy door dat iedereen langs je raam liep. Dus toen ik naar kamer 238 kon gaan op de bovenverdieping leek me dat een prima zet: veel daglicht maar gelukkig niet te veel direct zonlicht in de kamer, en uitzicht over de stad. "Goed geregeld Boogie" dacht ik 's avonds toen ik in bed stapte en het licht uit deed. Ik geloof dat ik net in slaap was gevallen toen ze de stroom overschakelden op de noodgenerator voor de nacht, zoals ze elke nacht doen. Sinds die nacht weet ik precies waar de noodgenerator is ondergebracht: inderdaad, precies onder het raam van kamer 238. Van slapen is die nacht niet veel gekomen; ongelooflijk wat een takkenherrie! Daarna heb ik eerst maar eens een gedegen onderzoek gehouden betreft welke kamer nu de meest ideale omstandigheden bood en uiteindelijk kwam kamer 246 als winnaar uit de bus: Koel, ruim daglicht, weinig zon, goed uitzicht, goede privacy en VER van de generator. Helaas was 246 al meer dan twee jaar in het "bezit" van een chef vlieger van een concurrerende maatschappij. Geduldig heb ik meer dan een half jaar op de loer gelegen. Josef werd gecharterd om me van inside informatie te voorzien omtrent het verloop in de kamer verhuur en een halfjaar geleden was het tijd voor actie. De chef vlieger moest tijdelijk het hotel verlaten vanwege zijn werk. Hij heeft nog geprobeerd kamer 246 gereserveerd te houden; "When I return I want room 246 back!". Nou, ik dacht het niet! Zodra hij zijn hielen had gelicht kreeg ik een seintje van Josef en heb het invasie plan voor kamer 246 in werking gezet. Het eerste wat we deden was een groot bureau naar binnen slepen en regelen dat de collega die mij aflost direct ook de kamer zou overnemen. Alle middelen waren toegestaan om de chef vlieger letterlijk buiten de deur te houden. Het enige wat ik heb nagelaten is om tegen de deur te piesen om mijn nieuwe territorium af te bakenen!
En zo zit ik nu alweer een half jaar naar volle tevredenheid in kamer 246 met als onverwachte bonus Sarah.
Sarah
Sarah is een beetje verlegen vrouw en is de vaste schoonmaakster van mijn kamer. Elke dag wordt de kamer van top tot teen grondig door haar gereinigd, maar daarnaast zoekt ze ook actief naar andere manieren waarmee ze kan scoren voor een goede fooi. Dus hoef ik nooit mijn wasgoed uit te zoeken en het wasgoed formulier in te vullen: Sarah regelt het allemaal, ongevraagd. Tijdens mijn vorige tour vond ze mijn oude sportschoenen in een hoek van de kamer, gympies die eens, lang geleden wit zijn geweest. Toen ik 's avonds terug op mijn kamer kwam was mijn eerste gedachte dat iemand mijn schoenen had gejat, maar bij navraag bleek dat Sarah ze had meegenomen voor een grondige poetsbeurt. Toen ik de volgende dag mijn schoenen terug kreeg moest ik twee keer kijken of het wel de mijne waren. Als nieuw!
Mijn ouwe gympies, als nieuw.
Dus ja, ik geef haar regelmatig een goede fooi want het zou ronduit onbeschoft zijn om dat niet te doen. Het probleem is wel dat ze niet van stoppen weet: vorige week stond ik volledig in sporttenue, compleet met hartslagmeter opgetuigd, klaar om te gaan hardlopen. Moest ik helaas constateren dat mijn schoenen weer eens pleite waren. Best wel een beetje irritant. Dus nam ik me voor om Sarah maar eens goed de les te lezen met het dringende beroep om mijn gympies voortaan met rust te laten.
Maar toen ze de volgende dag trots met mijn schoenen voor me stond, kon ik het toch niet over mijn hart krijgen om haar de waarheid te zeggen. In plaats daarvan pakte ik maar weer mijn portemonnee en verzekerde me er zo weer van dat ik binnenkort dus weer zonder gympen zit. Wat een watje ben ik toch...

zondag 5 februari 2017

Medevac!

Misschien hebben jullie je afgevraagd of ik soms gestopt was met het schrijven van mijn blog want de laatste update dateert alweer van bijna een half jaar terug. Weinig tijd om te schrijven in combinatie met het feit dat fotograferen hier erg lastig zo niet onmogelijk is, heeft me doen besluiten om mijn blog maar even op een laag pitje te zetten. Komt wel weer eens, was mijn gedachte. Nou, bij deze dan...



In de tweede helft van 2016 heb ik een paar zeer drukke tours hier in Juba gehad. De nieuwe eigenaar van het bedrijf liet er geen gras over groeien en wilde de hele operatie, in Juba en Augsburg in zeer korte tijd naar de normen en waarden van het grote moederbedrijf, Babcock omkatten. Veel verandering in korte tijd, wat niet altijd even soepel verliep en zelfs een paar keer tot gevolg had dat de hele operatie krakend tot stilstand kwam, zowel hier als in Duitsland. De afgelopen maanden hebben nogal wat managers het veld moeten ruimen en ik moest een aantal weken geleden concluderen dat van het originele management team er werkelijk niemand meer over is. Na anderhalf jaar binnen het bedrijf behoor ik reeds tot het kleine groepje oudgedienden. Ik heb zo mijn twijfels of dat een goed omen is...

Ondertussen vliegen we rustig door en proberen we onze vrije tijd zo aangenaam mogelijk te verpozen. Zo hebben we onlangs een adresje gelokaliseerd dat goede kwaliteit vlees kan leveren, geïmporteerd uit Kenia. En met veel Zuid-Afrikanen in het hotel is een goede kwaliteits-BBQ zo georganiseerd! Een Zuid-Afrikaan die niet weet hoe hij moet BBQen is als een Nederlander die niet kan fietsen.


De vaste zaterdagavond BBQ, georganiseerd op een binnenplaats van ons hotel

Gelukkig worden er ook regelmatig feestjes georganiseerd binnen de expat goegemeente, van discoavondjes tot heuse poolparty's. Na een week van stressvol werk in de niet aflatende hitte is het best wel lekker om even stoom af te kunnen blazen. Vanwege de avondklok eindigen deze feestjes momenteel al om zeven uur, dus zijn we nog voor het diner weer terug in ons hotel. Wel een beetje een afknapper. Maar het gerucht gaat dat de avondklok binnenkort weer naar negen uur gaat, dus er is hoop.


Feestje op de compound van het Rode Kruis, in de "Jolly Antilope"

En op maandag begint dan het lieve leventje weer, al wordt er momenteel niet zoveel gevlogen. In het droge seizoen veranderen de modderige landingsstrips in harde stoffige banen die geschikt zijn voor vliegtuigen, waardoor wij minder vaak ingezet hoeven te worden.




Laatst bracht een piloot een helikoptertje terug van een missie, gemaakt van klei. Tijdens een stop in het veld had hij een klein manneke er mee zien rondlopen. Aangezien de heli duidelijk naar voorbeeld van een van onze heli's was gemaakt, wilde hij hem wel kopen van het ventje. Uit eindelijk is de heli in ruil voor een flesje bronwater van eigenaar verwisseld. Later die dag, terug in Juba liet hij ons vol trots zijn laatste aanwinst zien. Nou, zo'n hebbedingetje wilde iedereen wel hebben en dus werden de vliegers er de volgende dag op uit gestuurd om meer van dergelijke brouwsels op de kop te tikken.
Die dag bleek dat we de ondernemingsgeest van de lokale koters schromelijk hadden onderschat. Hun kans op handel ruikend hadden ze in no time een heus productielijntje opgezet en kwamen onze vliegers terug met handen vol mini heli's.... en een droge keel.

Grof gemaakt van klei en wat stukjes riet, maar wel duidelijk herkenbaar als ons type helikopter.

Een gedeelte van de "buit", de volgende dag!

Het is sowieso erg leuk om te zien hoe deze kinderen uit twee keer niks een stuk speelgoed weten te fabriceren. Van een stukje gedroogd gras op een lange doorn geprikt wordt een goed draaiende propeller gemaakt en van wat stukken blik en plastic doppen wordt een heuse Rode Kruis landrover gefabriceerd, zo eentje waarvoor je in een trendy toeristenwinkeltje een klein vermogen neer moet tellen.



Toch blijft het een grillige operatie; zo vliegen we de ene week amper tien uur en een week later vliegen we er meer als dertig. Vorige week hadden we weer eens een drukke week. Door een oplaaiend lokaal conflict in het noorden van Zuid-Soedan moesten we plots meer dan veertig gewonden evacueren. Deze mensen moesten vanuit het conflictgebied naar het dichtstbijzijnde veldhospitaaltje worden vervoerd. Daar dit een klus van enkele dagen zou worden moesten we overnachten bij de landingsstrip voor het veldhospitaal. 
Selfie met al mijn nieuwe vriendjes!

Dat werd dus ook voor mij twee dagen stofhappen aan het eind van de wereld. Afgezien van het noodzakelijke onderhoud bestond mijn taak voornamelijk uit het op afstand houden van al het grut, voor wie het bezoek van een helikopter aan het dorp de gebeurtenis van het jaar was. Aanvankelijk leek dit onbegonnen werk. Probeer het maar te vergelijken met het tegenhouden van de vloed. Gelukkig kreeg ik versterking van een oude man, in bezit van een venijnig zwiepende tak. Hij dwong daarmee al snel respect af nadat hij een ietwat roekeloze kleuter een flinke zwieper had verkocht. Daar doen ze hier duidelijk minder moeilijk over dan bij ons!
Toen we ons, aan het eind van de dag moe en smerig in het lokale kamp van het Rode Kruis meldde, bleek wel dat we de verwachtingen van ons "Hotel" lichtelijk moesten bijstellen. Niks kamer met airco: We moesten ons maar redden met een te zacht matras op een pallet in een tent. Douchen ging met behulp van een kampeer douchezak en het was eten wat de pot schaft. Het begon zo toch wel erg op mijn vakanties te lijken!

Mijn plekje onder de Afrikaanse sterrenhemel, compleet met een symfonie van huilende honden. Inderdaad, de hele nacht...


Al met al hebben we samen met de verpleegsters en dokters van het hospitaaltje, nog een hele gezellige avond gehad. En als je ziet onder welke omstandigheden deze mensen hun werk moeten doen, dan kan je hier alleen maar diep, diep respect voor hebben. Wie hier meer over wil weten moet zeker even dit Engelstalig artikel lezen over dit specifieke hospitaaltje. Het is een tranen trekker dus je bent gewaarschuwd!







zondag 7 augustus 2016

Never a dull moment

Ik zit ondertussen alweer ruim over de helft van mijn huidige tour en zie dat mijn blog is blijven steken aan het begin van mijn vorige tour. Dus eerst even een korte inhaal slag. Over mijn vorige tour kan ik kort zijn: "I hit the ground running", zoals de Amerikanen dat zo mooi zeggen en dat heeft geduurd tot ik vier weken later weer vertrok. Van lagers verwisselen in tandwielkasten tot het verwisselen van (weer) een beschadigde motor, net voor vertrek naar huis. En tussendoor ook nog "even" naar Oeganda om een onderhoudsstation op te zetten. "Never a dull Moment" in deze baan!



Als de inlaat van de motor er zo uitziet, dan weet je dat je weer even werk hebt...
De nieuwe motor is net gearriveerd in een Russisch vrachtvliegtuig.  Vol aan de bak, want de klant wacht!
Het werk wordt alleen even onderbroken voor een Pizzalunch, volledig verzorgd door de vliegers.

Echt los van mijn werk kom ik pas weer zodra ik letterlijk loskom van de Zuidsoedanese grond, op weg naar huis. Terwijl het startende vliegtuig me in mijn stoel drukt voel ik me gewoon ontspannen. En steevast is de terugvlucht voor mij het moment om eindelijk die spannende thriller van Baldacci of King uit te lezen.

Vervolgens zijn de vier zomerse weken thuis heerlijk ontspannen, met als hoogtepunten een gezellig verjaardagsfeestje met familie in de tuin, een bbq met oud-collega's, een ontmoeting in Rotterdam met een bekende die ik meer dan dertig jaar niet had gezien en een korte maar daarom niet minder geslaagde vakantie in de Vogezen. En ik zal jullie ditmaal de vakantiekiekjes besparen!


Ruim een week voordat ik terug zou keren naar Juba, breekt daar de pleuris uit: onenigheid tussen de president en de vicepresident escaleert in een vuurgevecht tussen beveiligingstroepen van de twee fracties wat binnen een kwartier verder escaleert in totale chaos in Juba! Onze volledige crew was  net bezig de heli's af te sluiten na een dag vliegen, toen er ook gevechten op het vliegveld uitbraken. Alles laten vallen en maken dat je weg komt was het devies. Uiteindelijk hebben ze zich vier dagen schuil gehouden in het aanliggende UN-kamp terwijl de gevechten rond en soms zelfs in het kamp doorgingen. Na vier dagen keerde de rust relatief terug en zijn ze door de Duitse regering geëvacueerd naar Duitsland. Al met al was het een spannende tijd.
 
Terwijl ik dus in de krant lees dat alle expats uit Zuid-Soedan worden geëvacueerd krijg ik thuis een telefoontje vanuit het hoofdkwartier in Duitsland. Of ik direct naar Juba kan gaan want het schijnt dat de heli's zijn beschadigd tijdens de gevechten. Rare jongens, die Duitsers. Dat werd dus een heel kort antwoord: nee.
Ik heb toen twee voorwaarden verbonden aan mijn terugkeer naar Juba: de airliners moesten hun gestaakte vluchten weer hebben hervat en de situatie in Juba zelf moest rustig zijn, vrij van schotenwisselingen. Een week later leek aan die voorwaarden te zijn voldaan en ben ik alsnog afgereisd naar Juba. En hoewel de situatie nog steeds verre van stabiel is, heb ik sinds aankomst nog niets meegemaakt wat me een onprettig gevoel gaf.
Ondertussen neemt de criminaliteit wel toe. Dat komt doordat het voor de lokale bevolking steeds moeilijker wordt om rond te komen, mede vanwege de sterke inflatie (momenteel rond de 10% per week!).
Als reactie op dit alles wordt de beveiliging in het hotel nog verder opgevoerd. Er worden onder andere prikkeldraad rollen op de toch al hoge muren rond het hotel gemonteerd, alsmede camera's. Fort Knox is er niets bij.
De kwaliteit van het restaurant in het hotel heeft ook zwaar te lijden gehad van de ongeregeldheden: omdat er geen vrachtwagens meer uit Oeganda arriveren is er geen aanvoer meer van verse producten, zoals fruit en groente. Tevens is de chefkok naar veiliger oorden vertrokken, met inbegrip van de meeste hulpkoks. Met name het ontbijt is zodanig beroerd dat we ons serieus afvragen of het net gemonteerde prikkeldraad nu de boze wolf buiten, of de gasten binnen moet houden...
 
Ondertussen heb ik de heli's geïnspecteerd en twee kogelgaten ontdekt en ook wat schade door granaatscherven. Gelukkig allemaal niet al te spannend en de eerste heli is afgelopen week gerepareerd en vliegt alweer volop.
 
Gelukkig geen ernstige schade, wel een lastige plek om te repareren, vooral aan de binnenzijde.


 
 
We zijn best wel trots op onze "Field Repair"!
En net voor de bui klaar. Op naar het hotel voor een welverdiend biertje!
Want dat is toch wel de wortel aan het touwtje dat ons ezels gaande houdt!
Langzaam voegt iedereen zich weer in de dagelijkse routine en is er weer tijd voor minder schokkende problemen. Zoals: waar laat je je haar knippen? Alex vond wel dat hij aan een nieuwe coup toe was en toverde een plaatje op zijn telefoon van een bekende voetballer met een soort van modieuze hanenkam op z'n kneiter. Dat was wat hij ook wilde en of iemand van ons dat soms kon uitvoeren. Waarop Peter direct met glimmende pretoogjes toehapte. Gewillig volgde een toch wel behoorlijk naïeve Alex, Peter naar binnen. Het blinde vertrouwen van Alex in Peter was gewoon ontroerend om te zien en de rest hield natuurlijk wijselijk zijn snufferd dicht want we waren wel weer eens toe aan een verzetje! Toen Alex na de knipsessie weer aan de bar verscheen voldeed zijn nieuwe kapsel volledig aan onze hooggespannen verwachtingen, maar dus niet aan die van Alex, dat moge duidelijk zijn! Eigenlijk was het gewoon zijn oude kapsel, minus de zijkanten, die waren amateuristisch geamputeerd door standje 1 van de tondeuse en lieten slechts een veel te witte huid met wat stoppels zien, compleet met een happerige scheve overgang. Het leek nog het meest op een te klein toupetje van slechte kwaliteit. Alex heeft het nog twee dagen dapper gedragen, aan iedereen hoopvol vragend wat ze van zijn nieuwe kapsel vonden. Vooral de locals waren eerlijk in hun oordeel en dus onbarmhartig. Na twee dagen kon ik het letterlijk niet meer aanzien en heb ik maar voorgesteld om een poging te wagen om nog te redden wat er te redden viel. Goed idee, vond Alex, onder het motto; baat het niet schaadt het zeker niet. 
Het idee was om een vloeiende overgang te creëren tussen de bijna volledig kaalgeschoren zijkanten en de volle haardos op de top. Het bewerken van de rechterzijde viel me niet tegen, in aanmerking genomen dat het mijn debuut als kapper was. Overmoedig geworden door het resultaat probeerde ik de linkerkant wat sneller te doen en dat werd dus een pijnlijk leermoment...
Kortom, toen Alex uiteindelijk in de spiegel keek kreeg hij toch wel twijfels over zijn "Baat het niet schaadt het niet" motto. Op zijn vraag wat ik er nu van vond heb ik maar tactisch geantwoord dat zowel de linker als rechter kant wel "apart" waren, maar dat ze niet echt bij elkaar pasten... Kortom, er was nog een correctie nodig. Dit keer besloot ik maar om op veilig te spelen en heb meteen zijn hele kop op standje 1 gemaaid. Altijd goed.
Ik moet het nu nog horen...



zondag 12 juni 2016

Even omschakelen

De laatste werkdag van mijn vorige tour, in Augsburg, was weer behoorlijk hectisch. Ons bedrijf is een paar maanden geleden overgenomen en er moeten een hoop veranderingen in korte tijd worden doorgevoerd. Het gevolg is dat het met name in Augsburg een gekkenhuis is. Desalniettemin zette ik er een punt achter toen ik om drie uur een belletje kreeg van Ageeth dat ze was gearriveerd en voor de deur in de camper op me zat te wachten. Een half uur later zat ik met een biertje in mijn hand in het zonnetje op de camping, vakantie! Dat was wel even een omschakeling! Het heeft dan ook nog wel even geduurd voordat ik mijn hoofd leeg had. Maar eenmaal aan de Kroatische Middellandse Zee beland was ik helemaal los van mijn werk. Mooi weer, mooie omgeving; de vakantie kon al niet meer stuk. Dachten we...

Spannend hè, zo'n cliffhanger ;-). Even geduld: eerst nog even de verplichte vakantiefoto's!

Kroatië stond al een tijdje op de vakantie planning, daar ik hier in de negentiger jaren een tijdje gewerkt heb voor de VN. Dagelijks transporteerden we militairen van Zagreb naar o.a. Knin en Split en vlogen daarbij over een prachtig landschap, met als hoogtepunt de Plitvice meren. Ik had me toen al voorgenomen om na de oorlog nog eens terug te keren. Dus bij deze dan.
We vreesden dat de campings langs de kust van Istrië niet te vergelijken waren met de mooie, simpele en rustige plattelandscampings van Frankrijk, maar onze vrees bleek grotendeels ongegrond. Hoewel de campings erg groot en luxueus zijn was het elke keer weer mogelijk om een mooi, stil en groen plekje te vinden.

Ook een mooi plekje in de tuin van een vriendelijk echtpaar in Slovenië, onderweg naar Kroatië.

Druk bezig met het bestuderen van de eb en vloed bewegingen van de Middellandse Zee ;-)
Het plan was om ook nog even het eiland Krk aan te doen alvorens af te zakken richting Split. Toen we aan het eind van de middag bij de beoogde camping aan kwamen bleek hij dicht te zijn wegens een legionellabesmetting. De tweede camping leek meer op een vluchtelingenkamp dan een camping, dus die viel ook direct af. Dat liet ons alleen nog een naturisten camping... Tja, dat werd dus een primeur voor ons. Op zich is er niets mis met een naturisten camping, maar echt praktisch is anders, want waar laat je bijvoorbeeld je portemonnee?
Uiteindelijk beviel Krk zo goed dat we er nog vijf dagen zijn blijven hangen.


Het zuiden van Krk is een aanrader voor wandellaars.


Tja, en toen belde mijn collega en was het gedaan met de rust. Een niet helemaal onvoorziene ontwikkeling in de operatie in Zuid Soedan maakte het noodzakelijk dat ik voortijdig naar Juba moest terugkeren om te voorkomen dat alles stil kwam te liggen. Ik had eigenlijk geen keuze; vakantie houden terwijl je weet dat de operatie die je salaris betaald bezig is af te branden, is niet echt vakantie meer... Uiteindelijk heb ik nog een compromis kunnen afdwingen zodat we de vakantieweek nog konden afmaken. En daarnaast heb ik duidelijk gemaakt dat deze flexibiliteit mijnerzijds als eenmalig moest worden beschouwd, omdat de oorzaak van het probleem aanwijsbaar te wijten was aan een zware onderbezetting binnen de technische dienst.

En dus werd het verdere vakantieprogramma bijgesteld en hebben we koers gezet naar het binnenland richting de Plitvicemeren. Nadat we de kust hadden verlaten en via een pas het Velebit gebergte hadden overgestoken, veranderde het landschap. Het werd steeds groener en stiller. Eigenlijk werd het zelfs een beetje onnatuurlijk stil. Geen mens te zien en slechts heel af en toe een auto op de smalle weg. Enigszins geschokt reden we even later langs een bord waarop gewaarschuwd werd voor mijnen! Krijg nou wat... Dat verklaarde wel waarom we bijna niemand tegenkwamen. De volgende 30 kilometer keken we vol ongeloof naar de sporen van een oorlog die al twintig jaar voorbij was maar nog overal duidelijk zichtbaar. Tientallen gedenkstenen van gevallenen langs de weg, verlaten en verwoeste dorpjes en nog niet geruimde mijnenvelden. Ik reed voor de zekerheid maar wat minder ver de kant in bij het passeren van een tegenligger en sloeg 's avonds de haringen van de luifel ook maar wat minder diep in de grond. Je weet het ten slotte maar nooit...


Spookdorp



De afgebrande huizen met kogelgaten laten een diepe indruk achter.
Gelukkig lieten we dit naargeestige gebied na 30 km achter ons en kwamen we uiteindelijk in een brede vallei met plaatsnamen op de richtingsborden die ik 25 jaar lang niet gehoord had. Karlovac, Slunj, Plitvice, Bihac, Korenica, Udbina, Gracac. Dit waren toen waypoints op onze vliegroute van Zagreb naar Knin. Leuk hoor, zo'n trip langs "Memory Lane".

Laatste stop deze vakantie was voor de Plitvice meren. Hoewel erg toeristisch is het misschien wel het mooiste stukje natuur op deze planeet; een verplicht nummer voor iedereen die naar Kroatië gaat!

Plitvice meren. Dit is slechts één van de tientallen waterval clusters in dit gebied.




Veel groen en nog meer water.

En dan is de pret over. Na een laatste overnachting op een camping bij Augsburg zet Ageeth me voor de deur van mijn werk weer af en reist zelf direct door naar huis. Dezelfde avond bel ik haar vanuit een hotel in Cairo terwijl zij alweer thuis is in Wieringerwerf. Even omschakelen weer...


zondag 24 april 2016

Je moet wat hè...

Tot mijn schrik zie ik dat mijn laatste blog update alweer meer dan een half jaar geleden is, dus het wordt wel weer eens een keer tijd! Een druk werkschema gecombineerd met het feit dat ik eigenlijk geen foto's mag maken hier, zorgde ervoor dat mijn blog een beetje ondergesneeuwd is geraakt. Ik beloof beterschap! Het afgelopen half jaar heb ik nagenoeg al mijn werkdagen in Afrika doorgebracht. Het is wel de gewoonte geworden om op de terugweg naar huis een dag door te brengen op onze thuisbasis in Augsburg om problemen en prangende zaken efficiënt te kunnen afhandelen, maar verder werk ik alleen maar in Afrika. Misschien is het wel leuk om de Juba operatie aan de hand van wat foto's wat gedetailleerder te beschrijven, want stiekem heb ik ondertussen toch aardig wat foto's met mijn telefoon kunnen maken.

Het grootste probleem hier blijft toch wel het feit dat we geen hangaar tot onze beschikking hebben, wat onze taak zwaar bemoeilijkt en soms zelfs bijna onmogelijk maakt.

Vroege start vanaf onze parkeerspot op de taxi baan





Dat we geen hangaar hebben betekent ook dat we geen opslagmogelijkheid hebben voor ons equipment en gereedschap op het vliegveld, dat ligt allemaal opgeslagen in een zeecontainer op twintig minuten rijden afstand. Verre van ideaal, maar ja, je moet wat hè...

Ook onze mogelijkheden om het noodzakelijke equipment en gereedschap te transporteren zijn beperkt en het irritante is dat je altijd dat nodig hebt wat achteraan en onderop ligt.


Die beperkte opslag- en transportmogelijkheid heeft weer tot gevolg dat we ons hier en daar wel moeten behelpen. Arbo-technisch zitten we hier dan ook in het stenen tijdperk...


Ik kan een lesboek vullen voor de Arbo dienst.


In Nederland mag dit dus niet hè, van de Arbo.



Het gebrek aan kantoorruimte hebben we opgelost door onze hotelkamers om te katten tot kantoor met slaapplaats. Tja, je moet wat hè...

Een kantoor met bed is niet aan te raden als je van je werk los wil komen...












Omdat we dus geen hangaar hebben in Juba zijn we genoodzaakt om na een paar maanden vliegen hier, de helikopter terug te sturen naar Augsburg voor het noodzakelijke grotere onderhoud. Een mooie trip van vier dagen vliegen via Khartoum in Sudan, dwars door Egypte naar Cairo, vervolgens een sprong over het water naar Kreta, door naar Korfoe, langs de Kroatische kust naar Zagreb en dan Augsburg. En na het onderhoud weer terug naar Juba, volgeladen met de o zo noodzakelijke spullen om ons hier draaiende te houden. Catrin, onze logisticsmanager in Duitsland zorgt er ook voor dat onze voorraad "koekies, snoepies en snackies" op peil blijft. Een leuke morele ondersteuning.

Aankomst van een heli uit Duitsland vol met "Goedies"



Ondertussen heb ik mijn fietsie ingeruild voor eentje zonder wielen. Drie keer per week trap ik me een uur lang het snot voor de ogen zonder een meter op te schieten. Waardeloos hoor, maar ja, je moet wat hè... Gelukkig heb ik de volledige Top 2000 op mijn MP3 speler staan dus ik heb gelukkig wel wat te luisteren tijdens het "fietsen".

Nou vooruit; ik ook een selfie...

Is het dan alleen maar kommer en kwel?
Welnee; langzaam zien we verbeteringen doorsijpelen in de operatie. De afgelopen maanden is er een hele kudde chinezen neergestreken die eerst de startbaan opnieuw heeft geasfalteerd en onlangs de taxibaan ook heeft aangepakt. Dus nu staan we in ieder geval op een stukje knap asfalt en hebben we ook een betere parkeerplek kunnen bemachtigen.

Strak, gloednieuw asfalt. De beschaving rukt op!

Daarnaast boeken we eindelijk progressie in het opzetten van een gecertificeerd onderhoudsstation in Afrika. We hebben een hangaar gevonden in Uganda waar we onderhoud kunnen gaan doen. Ik ben afgelopen woensdag naar Uganda gevlogen en ben begonnen met het opzetten van een kleine basis op een kleine airstrip genaamd Kajjansi Airfield.

Kajjansi Airfield, Uganda
Uganda was op meerdere punten een prettige verassing. Een mooi groen land met een prettig klimaat. Na de soms meer dan 40 graden van Juba was de 26 graden van Kajjansi een heerlijke afwisseling. En als kers op de taart zat ik in een 5 sterren resort aan de oevers van het Victoria meer. Naast een prachtige stille omgeving had ik het resort praktisch voor mezelf; de toeristen moeten dit pareltje duidelijk nog ontdekken!

Een resort zonder klanten; bizar...

Verlaten hotel tuin met op de achtergrond het Victoria meer
Helaas moest ik na twee dagen alweer terug naar Juba, voor mijn laatste week van deze tour.
Volgende week maandag zit het er weer op en vlieg ik terug naar München om nog wat zaken te regelen. In vier weken tijd heb ik mijn bedje gespreid gevonden in Augsburg, Cairo, Juba, Entebbe, Dubai en weer in Augsburg. Ik begin me al aardig een wereldburger te voelen.

"Helaas" weinig rust de vier weken erna: Ageeth pikt me met de camper op in Augsburg en dan reizen we door naar Kroatië voor een paar weken vakantie. Zal wel even een overgang zijn, binnen vijf minuten van druk aan het werk naar midden in een vakantie. Maar ja, je moet wat hè...